Diesel maakt sterke comeback in Europa, ondanks belofte van elektrische toekomst door talrijke merken

 

Terwijl autobouwers een elektrische toekomst beloofden, halen merken onder Stellantis opnieuw diesel uit de schappen: Citroën, Peugeot en Opel brengen SUV’s met 1.5 BlueHDi terug. Wat zegt deze draai over kosten, laadinfrastructuur en langeafstandsrijders in Europa?

Europa zette vol in op elektrisch, maar aan de andere kant van de markt wint diesel weer terrein. De rekensom van actieradius, brandstofkosten en haperende laadinfrastructuur duwt vooral SUV-rijders richting vertrouwde techniek. Langeafstandsgebruikers vragen om praktische oplossingen, fabrikanten antwoorden met een herwaardering van het verbrandingsblok. Tussen strengere emissieregels en groeiende hybridisatie zoekt de sector naar balans, niet naar één waarheid.

Elektrificatie verloopt trager dan verwacht

De overgang naar elektrische voertuigen in Europa, ooit gevierd als onomkeerbaar, blijkt taaier dan beloofd. Hoge aanschafprijzen en een laadinfrastructuur die buiten steden nog steeds gaten vertoont, remmen het tempo. Voor wie dagelijks lange afstanden rijdt, blijft de combinatie van beperkte actieradius en oplaadtijd een drempel. Wie had gedacht dat diesel juist daardoor weer speelruimte zou krijgen?

Stellantis en de herintroductie van dieselmodellen

Bij de grote merken valt vooral Stellantis op, moeder van Citroën, Peugeot en Opel, met de herintroductie van de 1.5 BlueHDi-diesel in volumemodellen. Die motor duikt opnieuw op in populaire lijnen als de Citroën C5 Aircross, Peugeot 3008 en Opel Grandland. In het praktische segment is het prijsverschil nog altijd tastbaar: een Citroën Berlingo met diesel begint rond 26.750 euro, terwijl een vergelijkbaar elektrisch model vaak meer dan 10.000 euro duurder is. Voor klanten die scherp rekenen en veel rijden, klinkt dat als gezond verstand.

Diesel blijft aantrekkelijk voor specifieke gebruikers

Professionele chauffeurs en langeafstandsrijders kiezen op ratio: grote actieradius, stabiel verbruik en snel weer op pad. Volgens branchevereniging ACEA bleef diesel in 2023 in de EU goed voor rond 14 procent van de nieuwverkopen, een bewijs dat de aandrijflijn nog altijd een plek heeft. Strenge Europese emissieregels dwingen tot schonere techniek, waardoor merken inzetten op efficiëntere nabehandeling en, steeds vaker, mild- of full-hybride dieselvarianten.

Welke modellen zien we terug op de markt?

Naast werkpaarden als Citroën Berlingo en Peugeot Rifter met de 1.5 BlueHDi verkennen merken kansen in hogere segmenten. Alfa Romeo werkt aan opvolgers van Giulia en Stelvio, verwacht in 2027 of 2028, met ruimte voor geëlektrificeerde verbrandingsmotoren waaronder een dieseloptie. Ook bij SUV’s als DS 7 en Alfa Romeo Tonale blijft diesel relevant voor klanten die veel snelwegkilometers maken en waarde hechten aan souplesse bij belasting en trekwerk.

Een diverse toekomst voor de autobranche

De toekomst wordt vaak elektrisch genoemd, maar de praktijk is gelaagd. CO2-normen en bijbehorende boetes sturen het aanbod, terwijl je gebruikspatroon — aantal kilometers, laadtoegang, fiscale context — de uitkomst bepaalt. Voor de een is een batterijlogisch, voor de ander blijft diesel nog steeds de efficiëntste oplossing.

Dat verklaart waarom fabrikanten hun portefeuilles verbreden: naast vol-elektrisch komen plug-ins, hybrides én moderne diesels. De Europese markt zoekt balans tussen ambitie en realiteit, met keuze voor wie de stad niet uitkomt én voor wie 40.000 km per jaar tikt. Wat telt aan de balie is minder ideologie dan total cost of ownership — en precies daar wint diesel, voor specifieke rijders, weer terrein.

Koen van Dijk
Geschreven door Koen van Dijk

Koen van Dijk is autojournalist en redacteur met een specialisatie in autonieuws, elektrische mobiliteit en technologische innovaties. Hij schrijft over nieuwe modellen, rijtests en de toekomst van duurzame mobiliteit, met een scherp oog voor prestaties en gebruiksgemak.