De baas van Fiat wil auto’s begrenzen tot 118 km/u en zijn argument verrast

 

Terwijl de prijzen voor kleine auto’s blijven stijgen, schuift Fiat-baas Olivier François een controversiële snelheidsrem als redmiddel naar voren—kan trager rijden Europa’s veiligheidseisen én de honger naar betaalbaarheid met elkaar verzoenen?

Autokopers zien de prijzen van nieuwe modellen stijgen, terwijl de kleine auto uit het bereik van starters en middeninkomens dreigt te raken. Temidden van die druk schuift Fiat-CEO Olivier François een prikkelend idee naar voren: een strengere snelheidsfilosofie voor stadsauto’s als sleutel tot betaalbaarheid. Zijn voorstel zet de discussie op scherp over EEuropeseregels, veiligheid en wat een compacte auto werkelijk nodig heeft. De inzet is groot: hoe ver kun je gaan om kosten te drukken, zonder het karakter van het segment of de klantverwachting te verliezen.

Lage snelheid voor hogere betaalbaarheid

De prijzen van nieuwe auto’s zijn de afgelopen jaren stevig opgelopen, waardoor instapmodellen uit beeld raken voor jongeren en de middenklasse. Olivier François, topman van Fiat, schuift daarom een prikkelend idee naar voren: stadsauto’s begrenzen tot 118 km/u. Volgens hem gaan de productiekosten omlaag als je auto’s niet langer hoeft te bouwen voor hogere snelheden. Minder krachtige aandrijflijnen, lichtere componenten en een eenvoudiger afstemming van chassis en remmen leveren direct voordeel op. In een markt die nog altinog altijdt van corona-effecten en grondstofschokken klinkt dat als een nuchtere koers. En ja, betaalbaarheid is intussen een veiligheidsvraag op zichzelf: wie de nieuwprijs niet kan betalen, rijdt langer door in oudere, minder veilige auto’s.

Waarom 118 km/u genoeg is

Het voorstel is eenvoudig, maar raakt aan een bekende realiteit. In dagelijks gebruik rijd je in en rond de stad zelden harder dan 100 km/u, ook niet in de spits op de snelop de snelwegmaximumsnelheid te verlagen, kan de auto technisch simpel blijven en dus goedkoper. Volvo, Renault en Dacia kozen eerder al voor een gvoor een 180 km/u; Fiat durft nu nog verder te gaan. Daarmee positioneert het merk zich expliciet als bondgenoot van kopers die op de prijs letten. Is 118 km/u voor een stadsauto niet precies wat nodig is om het nuttige van het overbodige te scheiden?

Minder snelheid, minder veiligheidskosten

Een kernargument is veiligheid, en dan vooral de prijs van veiligheidstechniek. Het Europese GSR2-pakket verplicht fabrikanten tot een reeks rijhulpsystemen. Die systemen worden vaak ontworpen en gekalibreerd voor stabiliteit en herkenning bij hoge snelheden, wat hardware en software duurder maakt. Als je de top afknipt op 118 km/u, kun je volgens François bepaalde componenten lichter uitvoeren en de afstelling versimpelen. Niet schrappen wat nodig is, wel onnodige complexiteit vermijden. Voor een stadsauto die vooral ritten van deur tot deur rijdt, klinkt dat logisch. Het is een pleidooi voor doelmatigheid: techniek die past bij het beoogde gebruik in plaats van bij uitzonderingen.

Uitdagingen en mogelijke reacties

Er zijn hobbels. De Europese typegoedkeuring kijkt nu nauwelijks naar de topsnelheid, maar wel naar uniform verplichte uitrusting. Wil Fiat echt schaalvoordeel boeken, dan is aanpassing van regels nodig, of ten minste interpretatie die segmentgericht werken toestaat. De maatschappelijke acceptatie is een tweede factor. In Nederland geldt overdag 100 km/u op snelwegen, maar ‘s avonds ligt de limiet hoger en in Duitsland zijn delen onbeperkt. Consumenten hechten bovendien aan reserve: het gevoel dat je auto méér kan dan je nodig hebt. Ben je bereid die marge in te ruilen voor een lagere aanschafprijs en eenvoudiger techniek? Als het idee tractie vindt bij meerdere merken én regelgevers, zou dit weleens het startschot kunnen zijn voor een nizijn voorROTECTED_2–>nitie van de stadsauto, met de portemonnee als kompas.

 

Koen van Dijk
Geschreven door Koen van Dijk

Koen van Dijk is autojournalist en redacteur met een specialisatie in autonieuws, elektrische mobiliteit en technologische innovaties. Hij schrijft over nieuwe modellen, rijtests en de toekomst van duurzame mobiliteit, met een scherp oog voor prestaties en gebruiksgemak.